|
|
| 1. | Zorg dat het vlees ook na aankoop gekoeld blijft. De kwaliteit gaat anders snel achteruit. |
| 2. | Om te voorkomen dat het vlees van binnen rauw blijft, is het handig dikker vlees even voor te koken (kippenpoten, worstjes, spareribs, etc.). |
| 3. | Laat het vlees zo lang mogelijk in de koelkast staan. Haal er tijdens het barbecue-en steeds kleine porties uit. |
| 4. | Zorg ervoor dat de barbecue stabiel staat, niet te dicht bij struiken of parasols. |
| 5. | Zorg dat er blusmiddelen aanwezig zijn, bijvoorbeeld een emmer water of zand. |
| 6. | Steek de barbecue een half uur tot een uur van tevoren aan. Hij is klaar voor gebruik als het houtskool of briketten bedekt zijn onder een grijs laagje as. |
| 7. | Bij wat vetter vlees is het handig om te werken met aluminiumfolie. Op deze wijze voorkomt u het steeds opvlammen van het vuur door druipend vet. |
| 8. | Gebruik voor het rauwe vlees aparte borden en bestek. Hier zitten immers nog bacteriën in die pas tijdens het roosteren verdwijnen. |
| 9. | Doe vooraf geen zout op het vlees. Dit onttrekt vocht aan het vlees en voorkomt dat u een lekker bruin korstje krijgt. |
| 10. | Controleer of het vlees goed gaar is (zeker bij kip). |