|
|
| 1. | Specifiek (concreet en voor een ieder duidelijk). |
| 2. | Meetbaar (vastgesteld moet kunnen worden in welke de doelstellingen zijn gehaald). |
| 3. | Acceptabel (een ieder moet zich erin kunnen vinden). |
| 4. | Realistisch (stel jezelf geen feitelijk onhaalbare doelen). |
| 5. | Tijdpad (maak een tijdsplanning). |
| 6. | Kortom de doelstellingen moeten SMART zijn. |