|
|
| 1. | Adresseer uw bericht aan de juiste persoon of personen. |
| 2. | Gebruik niet meer e-mailadressen dan nodig in de Aan:- of cc:- regel. |
| 3. | Gebruik een goede onderwerpregel. |
| 4. | Gebruik als eerste woord in de onderwerpregel een informatiedragend woord. |
| 5. | Zet de juiste afzender in het veld Van:. |
| 6. | Schrijf kort en bondig, gebruik maximaal 65 tekens per regel. |
| 7. | Gebruik geen HTML-email, tenzij u zeker weet dat de ontvanger dit op prijs stelt. |
| 8. | Gebruik in bedrijfsmail geen afkortingen en jargon. |
| 9. | Vermijd indien mogelijk het gebruik van accenttekens en speciale symbolen. |
| 10. | Controleer de spelling van uw e-mailbericht. |
| 11. | Vermijd het gebruik van alleen hoofdletters. |
| 12. | Onderteken met uw naam en functie en geef aan waar de ontvanger meer informatie kan verkrijgen. |
| 13. | Geef aan hoe de lezer kan aangeven geen email meer te willen ontvangen. |
| 14. | Gebruik een goede signature. |
| 15. | Vermijd het gebruik van uitvoerige disclaimers of populaire teksten in uw signature. |
| 16. | Gebruik geen ASCII-art. |
| 17. | Controleer het e-mailbericht nog eenmaal uitvoerig voordat u het verzendt. |
| 18. | Bron: www.w3use.com |