|
|
| 1. | Face: Vraag de persoon om te lachen of de tanden te laten zien; let op of de mond scheef staat en een mondhoek naar beneden hangt |
| 2. | Arm: Vraag de persoon om beide armen tegelijkertijd horizontaal naar voren te strekken en de binnenzijde van de handen naar boven te draaien; let op of een arm wegzakt of rondzwalkt |
| 3. | Speech: Vraag aan de persoon of aan de familieleden of er veranderingen zijn in het spreken (onduidelijk spreken of niet meer uit de woorden kunnen komen) |
| 4. | Time: Stel vast hoe laat de klachten bij de persoon zijn begonnen; dit is van belang voor de behandeling; bel direct huisarts of 112 |
| 5. | Kijk voor meer informatie op www.hartstichting.nl |