|
|
| 1. | Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling (Bij maximaal 2500 toeren, voor een diesel bij maximaal 2000). |
| 2. | Rij zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid en een laag toerental in een zo hoog mogelijke versnelling. |
| 3. | Kijk zo ver mogelijk vooruit en anticipeer op het overige verkeer. |
| 4. | Ziet u dat u snelheid moet minderen of stoppen voor een verkeerslicht, laat dan tijdig gas los en laat de auto in de versnelling uitrollen. |
| 5. | Zet de motor ook af bij kortere stops (openstaande brug, spoorwegovergang, etc.) |
| 6. | Controleer maandelijks de bandenspanning. |
| 7. | Maak, indien mogelijk, gebruik van in-car apparatuur, zoals toerenteller, cruise control en boordcomputer. |
| 8. | Bron: www.nieuwerijden.nl |