|
|
| 1. | Hout moet droog zijn en behandeld met ontvettingsmiddel. |
| 2. | Voor het schilderen moet u schuren. |
| 3. | Eerst grondverf opbrengen en wanneer deze droog is, weer schuren. |
| 4. | Eventueel plamuren (na de grondverf zijn oneffenheden beter zichtbaar) en weer schuren. |
| 5. | Bij een eerder geschilderde ondergrond is goed ontvetten en schuren meestal voldoende. |
| 6. | Eventueel eerst afbranden, afstrippen met hete lucht of afbijten van de oude verf wanneer deze niet meer intact is. |
| 7. | Twee lagen verf aanbrengen (de eerste laag bij voorkeur iets verdunnen). |
| 8. | Nooit schilderen bij zeer hoge of lage temperatuur. |
| 9. | Zorg voor voldoende ventilatie. |
| 10. | Glas afplakken. |